Altijd weer een feest aan kleur
Het doel van de kunst is niet het uiterlijk van dingen weer te geven, maar het innerlijk... dat is de echte werkelijkheid.
dinsdag 9 augustus 2016
zondag 7 augustus 2016
dinsdag 2 augustus 2016
Urtica Dioica
Urtica
Dioica, een mooie naam voor “brandnetel”, een plant die we
allemaal kennen maar waar veel mensen een hekel aan hebben. De naam komt uit
het Latijn, uro betekent; ik brand en
dioica betekent; twee huizen en verwijst naar de mannelijke en vrouwelijke
planten. De Nederlandse naam netel
komt uit het Angelsaksisch, van het woord noedl (naald).
De brandnetel komt voor op plekken waar de mens zijn stempel op de
natuur heeft gedrukt. Je ziet grote bossen staan bij een druipende mesthoop, op
restjes landbouwgrond dat rijk is aan stikstof en fosfor of langs bos- en
akkerranden. Dat zijn de plaatsen waar de brandnetel zich thuis voelt. De grote
groepen brandnetels ontstaan door de ondergrondse uitlopers van de plant. Uit
deze uitlopers schieten de stengels omhoog, zodat je in korte tijd grote brandnetelbossen bij elkaar ziet.
De brandnetel is een nuttige plant, hij maakt met zijn
wortelstelsel de grond los en open. Als je langs bossen brandnetels loopt kun
je vaak een humusgeur opsnuiven die wordt veroorzaakt door het loswoelen van de
grond. Door dit loswoelen maakt de brandnetel ruimte in de grond waar weer
andere planten kunnen groeien. De brandnetels staan streng en stram naast elkaar, de stengels netjes zij aan zij, en de bladeren twee aan twee
langs de stengel.
De stengels zijn voorzien van taaie vezels, vroeger werd er neteldoek (kaasdoek) van gemaakt, dit werd gebruikt als zeef. Heb je de plant geplukt dan merk je dat de stengel snel slap gaat hangen en gelijk begint te rotten. Leg je de stengels in water dan heb je binnen een paar dagen een bak met stinkende gier. Deze gier is een natuurlijk bestrijdingsmiddel tegen luis en schimmels op je tuinplanten.
Deze bestrijdingsmethode werkt alleen als je de brandnetels hebt geplukt voor de bloei, pluk je ze na de bloei dan zijn de stelen houterig en werkt de gier niet meer als bestrijdingsmiddel.
De stengels zijn voorzien van taaie vezels, vroeger werd er neteldoek (kaasdoek) van gemaakt, dit werd gebruikt als zeef. Heb je de plant geplukt dan merk je dat de stengel snel slap gaat hangen en gelijk begint te rotten. Leg je de stengels in water dan heb je binnen een paar dagen een bak met stinkende gier. Deze gier is een natuurlijk bestrijdingsmiddel tegen luis en schimmels op je tuinplanten.
Deze bestrijdingsmethode werkt alleen als je de brandnetels hebt geplukt voor de bloei, pluk je ze na de bloei dan zijn de stelen houterig en werkt de gier niet meer als bestrijdingsmiddel.
Wat zeker niet prettig is aan de brandnetel zijn de
brandhaartjes, dat zijn stekende, scherpe naaldjes die als heuveltjes op de
plant staan. Deze heuveltjes kun je zien als een voorraadje gif, kom je ermee
in aanraking dan voel je gelijk een stekende, branderige jeuk op de huid. Positief
aan de plant is dat één van aanwezige stoffen serotonine is, een stofje dat
invloed heeft op de hersenen en een gevoel van welbehagen geeft.
Het is bekend dat in de Middeleeuwen monniken zich
geselden met een bos brandnetels op de blote huid. Het geselen werd gezien als
een vorm van boetedoening, maar gezien de werking van de serotonine kan het ook
zijn dat het geselen een andere bedoeling had. Na de branderige pijn gaf het
stofje een euforisch effect, en het akelig gevoel dat tijdens de geseling
ontstond verdween.
In het boek Arthur
lees je dat Lancelot, toen hij nog een jongetje was, zijn arm eens stak in een
bos brandnetels. Hij deed dit om zichzelf te straffen omdat hij iets had gedaan
dat niet mocht. Lancelot kreeg nadat hij zichzelf had gestraft helemaal geen
branderig gevoel aan zijn arm. Het kan zijn dat het een vorm van magische
bescherming was, maar het is aannemelijker dat Lancelot wist dat je de
brandnetel van onderen naar boven moest vastpakken. Hij wist waarschijnlijk ook
dat hij dan niets zou voelen van enige branderigheid of jeuk. Als hij de steel
van boven naar beneden of langs de zijkant had aangeraakt dan had hij zeker
iets gevoeld.
De brandnetel is toch niet echt populair, de
brandende en stekende pijn is erg onaangenaam en liever gaan we de plant uit de
weg. In Engeland werd daarom lang geleden de brandnetel ook wel duivelsblad
genoemd. In Schotland had men helemaal een vreemd idee over de brandnetel, zij
dachten dat de plant groeide uit lijken. In Scandinavië zijn er ook
verschillende verhalen bekend over deze stekelige plant. Zo zou de brandnetel
bloedvergieten uitlokken en in Denemarken dachten ze dat de brandnetel groeide
op plaatsen waar onschuldig bloed was vergoten. In IJsland bracht men de
brandnetel in verband met de god Thor,
hij was de god van de donder en de bliksem. Als de brandnetel werd geplukt dan gaf hij
bescherming tegen de inslag van de bliksem, en de persoon werd een moedig man
omdat door het plukken er iets van de kracht van Thor in hem was gekomen. Dat de brandnetel de bliksem kon afweren dacht
men ook in Beieren, daar strooiden ze brandnetels rond hun huizen.
Het is bekend dat brandnetels gezond zijn, de plant
is rijk aan verschillende vitamines, ijzer, kalk en eiwit. De meeste
brandnetels worden gebruikt als veevoer maar wij kunnen er thee van zetten, soep van koken, bier van brouwen of wijn van maken.
Niet alleen voor de mens kan de brandnetel nuttig zijn, ook voor vlinders zoals de Dagpauwoog en de Atalanta is de brandnetel voedsel en kijk je goed naar de brandnetels dan zie je rupsen op de bladeren. Een rups weet precies hoe hij de brandharen eraf moet eten en ook het blad van de plant is voor hem een lekkernij. Fascinerend om dat eens van dichtbij te bekijken.
Niet alleen voor de mens kan de brandnetel nuttig zijn, ook voor vlinders zoals de Dagpauwoog en de Atalanta is de brandnetel voedsel en kijk je goed naar de brandnetels dan zie je rupsen op de bladeren. Een rups weet precies hoe hij de brandharen eraf moet eten en ook het blad van de plant is voor hem een lekkernij. Fascinerend om dat eens van dichtbij te bekijken.
De brandnetel werd in Engeland, voor de Tweede
Wereldoorlog, gebruikt als kleurstof bij de productie van groene verf. Deze verf
werd vooral gebruikt als camouflageverfstof.
Er is nog veel meer te vertellen over deze netelige plant, het gebruik in de
keuken, de tuin, de industrie en er zijn veel mooie verhalen over het gebruik
ervan bij andere volkeren.
Al met al is de brandnetel een interessante plant, ook
al gaan veel mensen hem liever uit de weg.
Waar de ruigte veld wint
branden wij omhoog;
schrik van ieder stadskind,
honk van dagpauwoog.
Nachtegaal tot zegen,
boerenvolk tot last,
zijn wij allerwegen
ongenode gast.
(Prof. Dr. Victor Westhoff 1916-2001)
zondag 31 juli 2016
dinsdag 26 juli 2016
zondag 24 juli 2016
donderdag 21 juli 2016
Vegetarische pastaschotel uit de oven
Benodigdheden:
250
gram pasta
2 tenen knoflook
1/3
paprika van elke kleur
2 à 3 sjalotten (of een grote ui)
1
blik gepelde tomaten (uit
laten lekken)
iets olijfolie
175 gram vegetarisch gehakt
Italiaanse kruiden
2 à 3 eetlepels Parmezaanse kaas
Italiaanse kruiden
2 à 3 eetlepels Parmezaanse kaas
2 eetlepels verse basilicum
2
eieren
75
gram geraspte kaas
250 ml kookroom(light)
1
eetlepel maizena
Zelf gekweekte basilicum |
Pasta koken volgens de gebruiksaanwijzing en goed laten uitlekken.
Sjalotten in stukjes snijden.
Paprika ontdoen van de zaadlijsten en in stukjes snijden.
De knoflook persen.
Basilicum fijnknippen.
De ui, knoflook en de paprika bakken in iets olijfolie.
Voeg de Italiaanse kruiden toe.
Ondertussen in een andere pan de gehakt rul bakken in een scheutje olijfolie.
Paprika ontdoen van de zaadlijsten en in stukjes snijden.
De knoflook persen.
Basilicum fijnknippen.
De ui, knoflook en de paprika bakken in iets olijfolie.
Voeg de Italiaanse kruiden toe.
Ondertussen in een andere pan de gehakt rul bakken in een scheutje olijfolie.
Pasta, gehakt en de groente bij elkaar in de pan en alles goed door elkaar scheppen.
Oven voorverwarmen op 180 graden C. (heteluchtoven).
Doe het mengsel in een met olijfolie ingevette ovenschaal.
Strooi de Parmezaanse er over.
Oven voorverwarmen op 180 graden C. (heteluchtoven).
Doe het mengsel in een met olijfolie ingevette ovenschaal.
Strooi de Parmezaanse er over.
De
uitgelekte tomaten in vieren snijden en verdelen over de pasta.
De
eieren los kloppen met de kookroom, geraspte kaas en de maizena.
Basilicum toevoegen.
Basilicum toevoegen.
Het
mengsel over de pasta schenken en een half uur in de over zetten op 180 graden C.
Eet
smakelijk!
Anne
woensdag 20 juli 2016
zondag 17 juli 2016
236 jaar
Dit
boerderijtje staat in Laar, een dorp in het Vorwald (Duitsland) en is 236 jaar in het bezit geweest van dezelfde familie.
vrijdag 15 juli 2016
woensdag 13 juli 2016
zaterdag 9 juli 2016
Karolingische tijd
![]() |
Karolingische Rijk |
De 'Karolingische periode begon in 800 op het moment dat Karel de
Grote in Rome werd gekroond tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Tot het
Heilige Roomse Rijk behoorden Italië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland
en Nederland.
Karel de Grote was een groot voorstander
van de wetenschap, in de christelijke geest wel te verstaan, maar wel in die
mate dat er werd gesproken over de "Karolingische renaissance". In
deze periode was er veel belangstelling voor de "klassieke cultuur",
dat is op maken uit de vele Latijnse teksten die in de kloosterbibliotheken
werden gekopieerd.
Tijdens de Karolingische tijd ontwikkelde
zich de hofkunst, en manuscripten hadden daarin een zeer belangrijke plaats. Belangrijk was het scriptorium, de
ruimte waar monniken teksten overschreven en waar de miniaturen werden
vervaardigd voor de keizerlijk hoven. Scriptoria waren niet alleen in
Duitsland te vinden maar ook in Frankrijk, Zwitserland en Luxemburg.
Bijna alle geestelijken konden in die tijd
lezen en schrijven maar Karel de Grote kon het zelf niet. Als hij een document
moest ondertekenen deed een ander dat voor hem, of hij zette een kruisje. Doordat
hij zelf niet kon lezen en schrijven kwam hij er achter hoe veel beperkingen
dat met zich mee bracht, hij vond onderwijs daarom erg belangrijk en stichtte
veel kloosterscholen. Voor het onderwijs van zijn eigen 34 kinderen haalde hij
kundige mensen in huis.
Voor Karel de Grote was geletterdheid dus
erg belangrijk, hij had voor zijn bureaucratisch systeem dat hij handhaafde
veel ambtenaren nodig en die moesten kunnen lezen en schrijven. Ook dacht hij dat geletterdheid bij het volk een beter begrip voor de Bijbel
zou geven. De Karolingische tijd was een tijd waarin het geloof sterk verbonden
was met het dagelijkse leven. Je ziet dan ook naast de gekalligrafeerde
manuscripten en de miniaturen, afbeeldingen die paginagroot zijn. Dat allemaal
om het geloof en de Bijbel begrijpelijk te maken voor het volk.
De kunstenaars die zich bezighielden met de
vormgeving van de manuscripten lieten zich o.a. inspireren door de Keltische
kunst.
![]() |
Dom van Aken |
Deze achthoekige kapel is een mooi
voorbeeld van centraalbouw, de kapel had als functie het volk te tonen en
vooral te benadrukken dat Karel de Grote in direct contact stond met God. In
het voorhof van de kapel konden 7000 mensen staan, er zijn tribunes gebouwd waarop de troon van de keizer recht voor het altaar staat.
![]() |
Plattegrond kloostercomplex St Gallen |
Naast de functie als religieus centrum was er ook een ziekenhuis, een school, een wetenschappelijk centrum, een kunstcentrum en niet onbelangrijk, een herberg.
Niet alleen in St Gallen staat een groot
kloostercomplex, ook een klooster bij Amiens, nu helemaal verbouwd of de St
Germaine in Auxerre zijn grote complexen. Ook op Reichenau, een eilandje aan de Duitse kant van het
Bodenmeer, zijn overblijfselen te zien van een klooster. Het zijn mooie voorbeelden van de Karolingische
bouwkunst en het kloosterleven in die tijd.
De bouwkunst van die tijd is sober, door de
dikke muren en de kleine vensters was het binnen erg donker. De zuilen en de
ornamenten waren eenvoudig en vlak, het constructiemateriaal bleef zichtbaar
omdat er geen pleisterwerk werd gebruikt.
![]() |
Miniatuur (Evangelie van Marcus) |
Na de dood van Karel de Grote viel het
Karolingische Rijk uiteen in meerdere rijken en deze kwamen in handen van zijn
zoons. Deze rijken werden weer verdeeld in kleine bestuurlijke gebieden. Er
kwamen steeds meer bestuurders die ook meer en meer macht kregen. Het
Karolingisch Rijk kwam ten val rond eind 9de en begin 10de
eeuw.
De opvolgers van de Karolingers, de Ottonen, ontwikkelden een andere stijl nl. de Romaanse stijl.
De opvolgers van de Karolingers, de Ottonen, ontwikkelden een andere stijl nl. de Romaanse stijl.
vrijdag 1 juli 2016
Abonneren op:
Posts (Atom)