donderdag 15 augustus 2013

Carneool

Gouden ring met carneool,
geërfd van mijn oma
Carneool wordt ook wel Kornalijn genoemd.
Carneool is de rode tot bruinrode variant van chalcedoon.
De naam carneool is afgeleid van het Latijnse woord carnis (vleeskleurig).
Kornalijn is een Oudnederlandse benaming en genoemd naar de bruinrode kers van de kornoeljestruik.

Carneool heeft net als agaat, onyx, chrisopraas en sarder  een hardheid van 6-7 op de schaal van Mohs, en wordt vooral gebruikt voor het maken van kleine siervoorwerpen, kralen, hangers en ringen.

In Egypte, zo'n 3500 jaar geleden, werden er stenen gevonden die helder rood van kleur waren. De Egyptenaren dachten daarom dat carneool te maken had met bloed en dat de steen een helende werking zou hebben. Carneool zou helpen om bloedarmoede te voorkomen en het zou bloedende wonden stelpen.
Ook gaven ze carneool mee aan hun doden om ze tijdens de reis naar het dodenrijk de nodige bescherming te geven.

Ook in Mesopotamië werd carneool gezien als een geneeskrachtige steen, het zou een helende werking hebben bij ontstekingen en spierpijn.

Carneool werd vooral gebruikt voor het snijden van amuletten, zegelringen, rolzegels en cameeën
Bij opgravingen in Mesopotamië, Egypte, Griekenland en Italië zijn archeologen veel te weten gekomen over carneool. 
Van de Oude Grieken en de Romeinen weten we inmiddels dat ook zij carneool gebruikten voor ringen en cameeën, en dat de vrouwen er haarbanden van droegen waarop carneool was vastgemaakt. 
Droegende vrouwen een voorwerp waarin carneool was verwerkt dan zou dat, dachten ze, hun beschermen tegen ongelukken en ander onheil. 

( foto's carneool van www.semoea.nl)

zaterdag 3 augustus 2013

Ring

Zilveren ring met een steen van malachiet.
Zelf ontworpen maar door een zilversmid laten maken.





Wil je meer weten over malachiet kijk dan Hier

vrijdag 2 augustus 2013

Agaat

Al meer dan 8000 jaar is agaat een geliefd gesteente.
In Egypte werden er in die tijd al rolzegels, scarabeeën en kralen uit gesneden, en de Oude Grieken gebruikten agaat voor de intaglio- en cameotechniek (steensnijden).
Bij opgravingen op Kreta zijn zelfs rolzegels van agaat gevonden uit het Minoïsche tijdperk (ca. 2200v.Chr - 1700 v. Chr.).

Ook de Romeinen kenden het gesteente en sneden er gebruiks- en siervoorwerpen, zegelringen en cameeën  uit.
Na de 5e eeuw bezaten de Perzen een hoogontwikkelde manier van steensnijden en zij ontdekten dat agaat van kleur kon veranderen door het gesteente te verhitten.

Agaat is een steensoort die je net als onyx, chrisopraas en sarder kunt onderbrengen bij chalcedoon. De naam agaat komt van het Griekse achatès, naar een rivier in het zuiden van Sicilië waarin agaat werd gevonden. In deze rivier werd niet alleen agaat gevonden maar ook andere chalcedoongesteenten. 
Tegenwoordig heet de rivier de Dirillo en agaat wordt er bijna niet meer gevonden.

Een belangrijke vindplaats van agaat was Idar-Oberstein in Duitsland.
In de 14e eeuw was hier een bloeiende edelestenen-industrie, niet alleen agaat maar ook amethist werd er gedolven. In de 18e eeuw kwam er min of meer een einde aan deze industrie, er was zoveel agaat gedolven dat de voorraden op raakten.
Ongeveer 50 jaar later vonden Duitsers, die naar Brazilië waren geëmigreerd, daar grote hoeveelheden agaat en amethist en de edelsteenindustrie bloeide daardoor in Brazilië enorm op en was groter dan ooit te voren.

Agaat heeft net als de meeste chalcedoonstenen een hardheid van 7 op schaal van Mohs .
Agaat is een edelsteen die verschillende, soms zeer dunne, lagen en kleuren laat zien. De lagen voegen zich naar de holtes waarin ze zijn afgezet. Zaag je agaat door dan zie je verschillende patronen. meestal strepen die als banden door het gesteente lopen.
Een steen met dit patroon wordt bandagaat genoemd, je ziet het meestal in de kleuren grijs, wit of bruin, maar ook geel, oranje, rood en blauw kom je tegen.
Soms zijn de banden zo recht, het lijkt of ze langs een liniaal zijn aangebracht. Door het verschil in de tekeningen in het gesteente zijn er fantasienamen aan gegeven zoals mosagaat, boomagaat, wolkagaat en uilenoogagaat.

Niet alle kleuren van agaat zijn van natuurlijk oorsprong, er is ook gebeitst agaat in de handel.

Agaat is niet het duurste gesteente maar de slijper maakt op een kunstzinnige manier gebruik van het patroon en de kleuren. Vakmanschap en veel geduld is hierbij belangrijk.

In verschillende musea kun je voorwerpen bewonderen van agaat, niet omdat ze zo kostbaar zijn maar omdat het stuk voor stuk kunstwerkjes zijn. Je ziet er bv schaaltjes die zo dun zijn dat je er bijna doorheen kunt kijken.  
Foto's o.a. van www.semoea.nl

vrijdag 19 juli 2013

Chalcedoon

chalcedoon
Gesteenten als agaat, onyx, chrisopraas en sarder behoren allemaal tot de groep chalcedoon. Chalcedoon kom je tegen als effen gesteente en meerkleurig maar vooral gestreept. Vooral de kleur blauw zie je vaak met een bijzonder streeppatroon die lijkt op kantwerk. 
Dit patroon wordt aangeduid als  blue lace agaat. Deze blauwe steen komt uit Namibië en is zeer zeldzaam en daardoor ook erg kostbaar. 
Andere kleuren zijn appelgroen (chrispraas), roze of rood  (carneool), bruin (sarder).                                                                                                                                                 De kristallen in de gesteenten zijn alleen waar te nemen door röntgenstralen of een speciale microscoop. Alle soorten chalcedoon zijn een beetje doorschijnend en hebben een wasachtige glans. Na het polijsten krijgen de stenen de glans van glas.
onyx
Op de schaal van Mohs heeft het gesteente een hardheid van 6-7.

De Latijnse naam chalcedon betekent "uit Chalcedon".  Chalcedon was een Grieks stadje ten zuiden van de Bosporus. De steen die daar werd gevonden is een heel andere steen dan de steen die we tegenwoordig als chalcedoon kennen. Beschrijvingen van chalcedoon zoals wij die kennen komen uit de Middeleeuwen.

Ongeveer 8000 jaar geleden werd de steen al voor verschillende zaken gebuikt. In het begin vooral voor het maken van verschillende werktuigen en later gingen de Egyptenaren er siervoorwerpen van snijden.
Ook de Romeinen gebruikten chalcedoon voor het snijden en graveren van hun amuletten.
Arabieren droegen het gesteente om moed en kracht te krijgen en voor de Tibetanen is chalcedoon het symbool voor de lotusbloem.

stalactiet
Chalcedoon ontstaat in spleten, breuken en holten. Je komt het tegen in verschillende vormen, bv als stalactiet of bothryodaal. 
Chalcedoon wordt vooral gebruikt voor siervoorwerpen zoals, beeldjes, schaaltjes en siereieren.
Chalcedoon kan ook worden gebeitst, maar er gaat niets boven het, vooral blauwe, chalcedoon.

Tegenwoordig komt het gesteente o.a. uit Uruqauy, Brazilië, Zuidwest-Afrika, Mexico en India. 

  • Stalactiet - Ontstaat door grondwater dat door het plafond van een grot sijpelt en vormt zo een pegel.
    bothryodaal
  • Bohtryodaal -Het mineraal bestaat uit bolvormige, aan elkaar gegroeide structuren.  Is afgeleid van het Griekse woord voor druiventros.
Foto's o.a. van www.semoea.nl

vrijdag 5 juli 2013

Aigrette

foto gemaakt in Artis
Een aigrette is een verentoefje. We zien het bv bij de witte reiger, de pauw en nog heel veel andere vogels. Aigrette komt van het Franse woord egret, wat kleine witte reiger betekent.

In de damesmode is de aigrette een diadeem, meestal bezet met edelstenen of imitatie- edelstenen, samen met een toefje veren vastgezet op het haar of op een hoed. Tijdens de renaissance was het vooral de hoed die was versierd met een aigrette.

Tijdens de 19e eeuw was de aigrette erg populair in de damesmode vooral bij de dames van de hogere klasse. Aan het Britse hof was  tot 1939  zelfs verplicht om de aigrette te dragen bij een avondjurk.

In het Ottomaanse Rijk was de aigrette een verleende decoratie,  geschonken door de sultans. Deze onderscheiding werd in het Turks chelengk genoemd.
Orde van de Halve maan
Chelengk betekent, een rond element waarop bloemenelementjes zijn aangebracht. Vaak werd de chelengk versierd met parels en/of edelstenenen samen met het bijbehorende toefje veren op de tulband vastgezet.
Je kunt de chelengk vergelijken met een onderscheiding of ridderorde voor personen die zich verdienstelijk hadden gemaakt als militair of in een bestuurlijke functie.

Horatio Nelson met de
chelengk op zijn steek.
Admiraal Horatio Nelson (1759-1805) kreeg deze Ottomaanse onderscheiding, samen met de "Orde van de Halve Maan", persoonlijk uitgereikt door Sultan Selim III, na de overwinning in de slag om de Nijl. Nelson was zeer verguld met zijn onderscheidingen en spelde de Orde van de Halve Maan op zijn uniform en de chelengk op zijn steek. Dit was zeer tegen de regels maar Nelson was nogal ijdel en wilde zijn onderscheidingen graag aan iedereen tonen.

Het was ook wel iets bijzonders, de aigrette bestond o.a. uit Braziliaanse diamanten, 13 pluimen en een uurwerkje.
Door het uurwerkje gingen de pluimen trillen en een grote gele diamant in het midden was zo gezet dat de steen kon bewegen. Toen het nieuwtje er een beetje vanaf was voor Nelson heeft hij de pluimen van de aigrette laten verwijderen en laten bevestigen aan een juweel voor zijn geliefde Lady Emma Hamilton (1765-1815).

De aigrette van Nelson is gestolen in 1951 en is niet terug gevonden. Het vermoeden is dat de edelstenen van de aigrette zijn verwijderd en afzonderlijk verkocht.

De chelengk is in Turkije tot ongeveer 1850 een ridderorde geweest, daarna kwamen de Europese ridderorden.

zaterdag 15 juni 2013

Zirkoon en Zirkonia

zirkoon
Zirkoon en zirkonia zijn twee verschillende steensoorten. Zirkoon is een natuurlijke edelsteen en zirkonia is een synthetische steen.

De naam zirkoon komt van het Perzische zargün en betekent goudkleur. Zirkoon komt overal in de aardkorst voor, vooral in magmagesteenten en soms diep in de aardkorst bij metamorfe gesteenten.

zirkoon
Het gesteente is meestal groen en bruin, de andere kleuren zoals blauw, lichtbruin en de kleurloze hebben hun kleur gekregen doordat ze enkele uren zijn verhit bij een temperatuur van 1000 graden C. 
Andere voorkomende natuurlijke kleuren zijn de geelachtige, ook wel hyacint genoemd en de rode stenen, deze zijn de duurste van allemaal. Iets minder kostbaar zijn de bruingele, purperrode en de roodbruine. Het minst in trek zijn de bruine en de groene zirkonen. 

Zilveren ringen met Zirkonia.
Zirkoon wordt gevonden in Australië, Thailand, Cambodja, Sri Lanka, Birma, Madagaskar, Tanzania en Canada. In het departement Haute Loire in Frankrijk is rode zirkoon te vinden.

Zirkoon heeft een hardheid van 7.5 op de schaal van Mohs, maar is niet gemakkelijk te slijpen omdat het gesteente nogal bros is. De stenen kunnen gemakkelijk beschadigen of scheuren. Daardoor is er bij het slijpen van ruwe stenen veel verlies. Grote stenen zijn er erg weinig en enkele zijn er te zien in musea, o.a. in het Smithonian Institute in Washington. Hier zijn enkele exemplaren te bewonderen van meer dan 100 kt. 

geslepen zirkonia
Een zirkonia is een synthetische steen en komt in de buurt van een diamant, maar flonkert minder. De zirkonia heeft een hardheid van 8.5 op de schaal van Mohs en is dus harder dan de edelsteen zirkoon, en ligt wat hardheid betreft dichter bij de diamant (10 op de schaal van Mohs).

Het voordeel van een synthetische steen is dat het in elke gangbare kleur en vorm  is te maken en te slijpen. De zirkonia is dan ook geliefd in de sieradenindustrie, vooral omdat de zirkonia  minder kostbaar is dan de zirkoon.
De zirkonia is eigenlijk een diamantje onder de synthetische stenen.

zaterdag 8 juni 2013

Koh-i-Noor


Kroon met de Koh-i-Noor
De Koh-i-Noor of Berg van Licht. Deze steen is de oudste bekende diamant ter wereld, gevonden in India en was in 1304 in het bezit van de radja van Matwa.
Net als veel andere beroemde diamanten is ook de Koh-i-Noor omgeven met verhalen, complotten en geheime krachten. Men dacht in de tijd van de radja van Matwa, dat de eigenaar van de steen de machtigste man van de wereld zou worden, maar ook veel tegenspoed zou krijgen.

Er waren veel mensen die graag de machtigste persoon op aarde wilden zijn en er begon een eeuwenlange strijd om de diamant. Omdat de steen na de macht van een man, rampspoed zou brengen mocht de steen alleen worden gedragen door een vrouw of een god. De waarde van de steen was in die tijd het totale inkomen van de hele wereldbevolking op één dag. De steen was eeuwenlang in handen van sultans en mogolkeizers en verbleef in India en Perzië.

Volgens de verhalen zou de steen lange tijd het voorhoofd van de godin Shiva hebben gesierd, ook zou hij jarenlang verborgen zijn geweest in een gevangenismuur en zou hij verborgen zijn geweest in de tulband van een mogolkeizer.


Shah Shujah Durrani,
hij heeft de diamant op zijn hoofdtooi. 
De laatste eigenaar was de Perzische Shah Shujah Durrani, door een hevige strijd om de Perzische troon vluchtte hij in 1809 met de Koh-i-Noor naar India waar hij gevangen werd genomen. Hij kocht zijn vrijheid door de diamant aan de maharadja te schenken. Deze maharadja liet in zijn testament zetten dat de diamant na zijn dood  zou gaan naar de Jagannathtempel, een belangrijke hindoetempel in India.

In 1848 nam de Britse East India Company het Sikhrijk Punjab, in Noord-India in, de Britten verdreven de laatste sikhkeizer Dalip Singh van zijn troon en namen hem gevangen. De Britten zagen kans om de Koh-i-Noor te stelen en gaven de steen in 1850 cadeau aan Koningin Victoria. Op dat moment was de steen 186 kt (karaat).

Vanaf die tijd is de steen in Groot Brittannië gebleven. De steen werd geplaatst in de kroon van koningin Mary, de echtgenote van George V. Er was in die tijd veel aandacht voor de steen en moest dan ook pronken op een tentoonstelling in het Crystal Palace. De Britten waren nogal teleurgesteld omdat de steen in de staat waarin hij verkeerde er niet zo geweldig uitzag.

Na de herslijping

Koningin Victoria besloot daarom in 1852 om de steen te laten herslijpen in Amsterdam. Prins Albert, de echtgenoot van koningin Victoria hield er persoonlijk toezicht op. Na de herslijping was de steen nog 108.93 kt maar zag er
 "schitterend" uit. De diamant werd daarna geplaatst in een diadeem met 2000 andere briljantjes

Koningin Victoria was nogal bijgelovig en zij hechtte veel waarde aan de verhalen die er werden verteld over de Koh-i-Noor. Die verhalen waren voor haar een reden om testamentair vast te leggen dat alleen de vrouwen van regerende vorsten van het koninkrijk de diadeem met de beroemde diamant mochten dragen.

Later werd de steen gezet in de kroon die alleen zou worden gedragen door de echtgenote van de koning. Koningin Elisabeth, de vrouw van George VI, droeg bij de kroning van haar echtgenoot in 1936 voor het eerst de kroon met de beroemde diamant.
Bij haar overlijden in 2002 lag deze kroon op haar kist.
De kroon met de Koh-i-Noor ligt met de andere kroonjuwelen opgeslagen in de Tower in Londen.
Onlangs heeft het Indische parlement officieel de Koh-i-Noor teruggevraagd.

Je ziet de geschiedenis van de beroemde diamant is nog niet ten einde. 

zaterdag 1 juni 2013

Parure

Parure met stenen van malachiet.
Eigendom van Koningin Desideria van Zweden
Een parure is een set bij elkaar horende sierden. Parure betekent o.a. opschik en komt van het Franse woord parer. 
Een parure bestaat uit een collier, twee armbanden, een broche, twee oorbellen, een diadeem of een kam en soms horen er nog haarpinnen bij.

Zijn er twee of drie bij elkaar passende sieraden in een set, dan spreken we van een demi-parure.

Een parure was vooral in de 18  eeuw aan regels gebonden wat materialen en edelstenen betrof. In de 19 eeuw werden de regels nog strikter, alles moest perfect op elkaar zijn afgestemd.
Koningin Desideria van Zweden.
( 1777-1869)
In die tijd was één of meer parures geen uitzondering onder mensen van de hogere klasse en de koninklijke families.

De adellijke dames voelden zich niet compleet zonder één of meer parures. Parures gaven hun aanzien en macht, hadden de dames geen parures dan waren ze sociaal niet aanvaardbaar in hun milieu.

Juweliers in die tijd streden om de gunst van de leden van het hof en de hogere kringen, zij ontwierpen steeds fantasierijkere sets. Het was de kunst om de sluitsystemen en de onderdelen van een parure zo te maken dat ze van elkaar gehaald konden worden om ze dan weer te kunnen bevestigen aan een ander onderdeel. Bv, een hanger kon een broche worden en de broche kon weer aan een ketting worden gehaakt, zo hadden de dames veel mogelijkheden. Hun collectie leek dan groter en dan kon hun status alleen maar verhogen.

Marie-Louise van Oostenrijk.
(1791-1847)
Parures waren in die tijd zo populair dat het mode was om niet alleen 's avonds een parure te dragen, maar ook overdag. Wel waren de parures die overdag gedragen werden van eenvoudiger materiaal en de stenen waren over het algemeen geen edelstenen maar halfedelstenen. 
Een ring was geen onderdeel van een parure, ringen waren in die periode nauwelijks in beeld.

Het is bekend dat Napoleon Bonaparte een liefhebber was van parures. Hij gaf zijn eerste vrouw Josephine de Beauharnais verschillende sets, die zij kon dragen tijdens staatsaangelegenheden.  Later gaf hij soortgelijke sets aan zijn tweede vrouw Marie-Louise van Oostenrijk.

zaterdag 25 mei 2013

Malachiet

malachiet
Malachiet is een helder groen gesteente en soms een beetje doorschijnend, zelden zie je een steen die egaal is van kleur. De patronen zien er uit als druiventrossen, ringen of strepen.
Malachiet heeft een hardheid van 3.5 - 4 op de schaal van Mohs

De naam malachiet komt van het Griekse woord malache en betekent kaasjeskruidIn  het Perzisch heet het lazhward, en betekent blauw. 
Je komt het gesteente tegen in verschillende kleuren blauw, bv azuurblauw en lichtblauw tot donkerblauw.

kunstwerk van malachiet
 in de Hermitage St Petersburg
Malachiet is vooral te vinden in de Oeral. Veel van de gebruiks- en kunstvoorwerpen van de tsarenfamilie van Rusland, werd gemaakt van dit materiaal en verwerkt in de werkplaatsen van Swerdlovsk. Er werden platen van gesneden voor het bekleden van zuilen en muren, bv De Groene Zaal in museum de Hermitage (voorheen Het Winterpaleis) in Sint Petersburg, maar werd ook gebruikt voor het inlegwerk bij bv meubelen (pietra dura).

Gepolijste malachiet kan een hoge glans krijgen, afhankelijk van de poreusheid van het gesteente. Een belangrijk punt voor de slijper is de tekening in het gesteente, daar zal hij als vakman, bij het slijpen rekening mee houden. 

Veel malachiet komt uit Zaïre, het vroegere Congo. Het meeste wordt ter plaatse geslepen maar er wordt ook veel van het gewonnen materiaal in ruwe vorm geëxporteerd. Is het gewonnen stuk gesteente van goede kwaliteit dan heeft het een behoorlijke prijs.
Andere landen waar malachiet wordt gevonden zijn; Australië, India, China, Rusland en in Arizona (V.S.), Mexico, Chili, Marokko en verschillende Afrikaanse landen.

Malachiet werd eeuwen geleden al gebruikt door de Egyptenaren om er o.a. amuletten en cameeën van te snijden en het werd in gemalen vorm als oogschaduw gebruikt. Ook dachten ze dat malachiet in directe verbinding stond met Hathor (moedergodin) en dat was de reden om de hoofdtooi van de farao  aan de binnenkant bekleed met malachiet om hem op die manier wijsheid mee te geven. 

Voor de Grieken was de kleur groen van malachiet verbonden aan de tempel van Artemis (godin van de jacht) in Efeze. Ook Aphrodite, (godin van liefde en vruchtbaarheid) was verbonden met het malachiet, de kleur van de groene natuur.

malachiet
En de Romeinen hadden malachiet gewijd aan de godin Venus (godin van schoonheid, liefde, seksualiteit en vruchtbaarheid). Verder dachten ze dat het gesteente de kinderen beschermde tegen hekserij en tovenarij. Ook zij gebruikten, net als de Egyptenaren, malachiet in poedervorm als oogschaduw.

In de Middeleeuwen was malachiet o.a. belangrijk als waarschuwingsmiddel om vergif op te sporen. Als een stuk malachiet in een beker vloeistof werd gedompeld waarin zich gif bevond, dan ging de steen verkleuren. Was de verkleuring een feit, dan kon de beker beter niet worden leeggedronken.

Malachiet wordt ook gebruikt voor industriële doeleinden, vooral bij maken van verfstoffen.

(foto's o.a. van www.semoea.nl) 

zaterdag 18 mei 2013

Farah Diba en de kroonjuwelen van Iran (2)


Als in 1959 de sjah van Perzië trouwt met Farah Diba, is hij al 18 jaar de sjah van zijn land, maar officieel gekroond tot sjah was hij niet, hij vond dat er in zijn land nog te veel sociale en economische problemen waren, hij wilde die eerst verbeteren.
De sjah had weinig macht, het land was een constitutionele monarchie en het staatshoofd had weinig te zeggen.
De minister president Mohammed Mossadeq werd in 1951 afgezet en twee jaar later, met hulp van Amerika, verbannen. Door deze gebeurtenis kreeg de sjah de macht volledig in eigen handen.

Op 26 oktober 1967 vond in Shiraz de officiële kroning plaats van de sjah, hij kroonde zichzelf en zijn echtgenote en hij nam de titel Sjah-an-Sjah (koning der koningen) aan.

De kroon van de sjah was eigendom van de staat en bevond zich met alle andere kroonjuwelen in de kelders van de centrale Bank van Teheran. Deze kroon was in opdracht van zijn vader gemaakt door de Perzische juwelier Serjaadj od-Dien.
De opdracht aan de juwelier was om de kroon in de stijl van de kronen van de Sassanieden te maken. Voor Farah Diba werd een nieuwe kroon ontworpen en deze moest vanzelfsprekend passen bij de kroon van de sjah.

Voor de kroning moest er niet alleen een kroon voor Farah Diba worden ontworpen maar ook speciale gewaden, japonnen en juwelen. Eigenlijk moest het hele protocol worden aangepast, want het was nog nooit eerder in de geschiedenis van Perzië voorgekomen dat een sjah zijn eigen vrouw kroonde.
Er moest een juwelier worden gezocht die een juwelenset voor  Farah kon ontwerpen. Er werden verschillende juweliers gevraagd om iets te ontwerpen waarin de Perzische cultuur tot uiting kwam, maar zij ontwierpen niet wat Farah voor ogen stond. Het Parijse juweliershuis Van Cleef & Arpels slaagde er wel in om iets te ontwerpen waar alle aspecten van Iran in naar voren kwamen zoals cultuur, elegantie en schoonheid.

Pierre Arpels kwam persoonlijk naar Teheran om de edelstenen uit te zoeken die hij kon gebruiken voor zijn ontwerp. Daarna kwam nog eens met een aantal van zijn vakmensen om ter plaatse de juwelenset te maken. Dat kon niet in het atelier in Parijs gebeuren, omdat de edelstenen Iran niet uit mochten. 

Farah wist precies wat ze wel en niet wilde, alleen bij de japon wist ze het niet zo goed. Wel wist ze dat het geen japon moest zijn die de westerse koninginnen meestal droegen. Het werd uiteindelijk een witte japon, ontworpen door Marc Bohan van het modehuis Dior.
Bij de japon werd een cape gemaakt waarop Iraanse motieven werden geborduurd. Beide kledingstukken werden net als de kroon in Teheran gemaakt.
Het borduurwerk werd gedaan door een Iraanse borduurster, geassisteerd door enkele Iraanse en Zwitserse modeontwerpsters.


Alles was op tijd klaar voor de dag van de kroning op 26 oktober 1967. Ten tijde van de kroning had het echtpaar 2 kinderen, de oudste een dochter Farahnes en hun eerste zoon, de kroonprins, Reza Cyrus. Ook prinses Farahnes droeg tijdens de kroning een diadeem die speciaal voor haar was ontworpen door het juweliershuis Van Cleef & Arpels.

Er worden nog twee kinderen geboren, een dochter (Leila) en een zoon (Ali Reza). In 1979 verlaat het gezin Iran na de Iraanse revolutie en na veel heen en weer gereis naar verschillende landen, komen ze uiteindelijk terecht in Cairo. De sjah is dan al ernstig ziek en overlijdt in 1980.

In 2001 pleegt de dochter Leila zelfmoord in een Londens hotel en in 2011 pleegt de jongste zoon Ali Reza zelfmoord in Boston.
Farah Diba verblijft veel in Washington om in de buurt van haar kleinkinderen te zijn en verdeelt verder haar tijd tussen Parijs, Cairo en New York.

Een paar interessante boeken:
  • Teheran, een zwanenzang van F. Springer.
  • Memoires van een keizerin, de autobiografie van Farah Diba Pahlawi.
Extra informatie:
  • Mohammed Mossadeq ( 1882-1967 )- Democratisch gekozen premier tussen 1951-1953, werd afgezet tijdens een Amerikaanse staatsgreep en is in 1953 het land uitgezet.
  • Sassanieden - Koningshuis van het Perzische Rijk van de 3e-7e eeuw.
  • Marc Bohan (1926) - Werkte in Parijs bij Christian Dior en in Londen bij Norman Hartell, hij kleedde veel leden van het koninklijk huis. Hij geniet nu van zijn pensioen.
  • Van Cleef& Arpels - Parijs juweliershuis vanaf 1896.

zaterdag 11 mei 2013

Farah Diba en de kroonjuwelen van Iran (1)


Bijna iedereen heeft er wel iets over gehoord of gelezen, het sprookjeshuwelijk, zeker de mensen die geboren zijn halverwege de vorige eeuw.
Het romantische verhaal van de knappe Mohammed Reza Pahlawi en de mooie studente Farah Diba.
Mohammed Reza (1919-1980)was de oudste zoon van Sjah-an-Sjah, koning der koningen van Perzië. Deze sjah was kolonel en liet zich in 1926 door het parlement kronen en nam de naam Pahlawi aan. Hij werd opgevolgd door zijn zoon in 1941.
Farah Diba (1938-) was de dochter van een legerkapitein in Perzië en studeerde tijdens hun ontmoeting aan de Sorbonne in Parijs.

Toen zij aan elkaar werden voorgesteld in Parijs, de sjah was toen al twee keer getrouwd geweest en weer gescheiden omdat er geen mannelijke troonopvolger werd geboren, was op zoek naar een nieuwe echtgenote en hoopte met zijn nieuwe vrouw de felbegeerde zoon en troonopvolger te krijgen.
Er werden verschillende ontmoetingen geregeld en zo kwam het min of meer tot een gearrangeerd huwelijk.
De sjah deed zijn huwelijksaanzoek aan Farah Diba op 14 oktober 1959 en de huwelijksvoltrekking vond plaats in datzelfde jaar op 21 december.

Farah droeg op haar huwelijksdag een diadeem die behoorde tot de kroonjuwelen van Iran. 
De kroonjuwelen zijn eigendom van de staat en verlaten maar zelden de centrale bank van Teheran. 
Er moet altijd goedkeuring voor worden gegeven door verschillende instanties, waaronder de eerste minister.
Niet alleen deze diadeem behoort tot de kroonjuwelen, in de kelders van de Centrale Bank bevindt zich een enorme hoeveelheid, van onschatbare waarde, aan smaragden. Er zijn series bij van 300 kt (karaat). De meeste stenen zijn prachtig geslepen maar er is ook een grote hoeveelheid ruwe edelstenen aanwezig van hoge kwaliteit .

In de Centrale Bank wordt ook de Pahlavikroon bewaard. Deze kroon is gemaakt in 1924 en bij deze kroon hoort de keizerlijke gordel, beide voorzien van smaragden.
En de beroemde Pauwentroon, ook rijkelijk bezet met smaragden en andere edelstenen, behoort tot de kroonjuwelen. In totaal zijn er 26.733 edelstenen in de troon verwerkt.

De diadeem werd pas op de dag van het huwelijk gebracht naar het paleis waar Farah verbleef. Farah moest de diadeem de hele dag dragen en dat viel niet mee, las ik in haar autobiografie, ze moest er mee lopen, zitten, trap lopen, eten, converseren en lachen, en dat vroeg veel van haar evenwichtskunst. Haar kapsters zijn drie uur bezig geweest om de diadeem op haar hoofd vast te maken en wel op zo'n manier dat zowel het kapsel als de diadeem de hele dag goed bleven zitten. 

Op de bruidsjapon van Farah Diba waren Perzische motieven van zilverdraad geborduurd  en gedecoreerd met strass-steentjes en parels, de parels zijn namaak zegt ze in haar autobiografie.
De japon is ontworpen door het modehuis Dior in Parijs en door de couturier is in de zoom een stukje blauw aangebracht in de hoop dat het zou helpen om de sjah de zoon te geven waar hij naar verlangde.

De wens van de sjah ging in vervulling, ze kregen twee zoons en twee dochters.  

(wordt vervolgd)

zaterdag 4 mei 2013

Git

ruwe git
Git is ontstaan tijdens de Jura, zo'n 145 tot 200 miljoen jaar geleden. Het is een harde koolsoort uit plantenresten, afkomstig van het hout van de araucariaceae (apenboom) en net als parel, koraal en barnsteen is het organisch materiaal.
Deze plantenresten zijn zo goed bewaard gebleven omdat ze volledig van de buitenlucht waren afgesneden.

Git wordt gevonden in een harde en een zachte vorm, resp. hardheid 4 en 3 op de schaal van Mohs. Het git kan  goed geslepen worden tot mooie zwarte, enigszins glanzende stenen en wordt vooral in sieraden verwerkt.

geslepen git
De naam komt van het Griekse Lithos Gagatès, wat steen uit de Gagas betekent, een plaats in het Oude Griekse Lycië.
Net als barnsteen is git elektrisch geladen, dat merk je als je er over heen wrijft met een snippertje papier, het snippertje blijft aan het git hangen.

De bekendste vindplaats van git is Whitby in Zuid-Engeland en daar is ook het meeste gevonden. Maar door de geweldige opkomst van het git in de 19e eeuw zijn deze mijnen inmiddels min of meer uitgeput.
In Oviedo, een stad in de Spaanse provincie Asturië, wordt ook git gevonden, hier worden nog altijd rozenkransen van git gesneden.
Tegenwoordig zijn er meerdere landen waar git wordt gewonnen, bv India, Polen, Duitsland, Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten.

Bij opgravingen zijn verschillende soorten sieraden met git gevonden, bv uit de Bronstijd (3000-800 V.Chr.) en de Hallstadtperiode (800-450 v.Chr.).
Vanaf de Romeinse tijd is git eigenlijk veel in het modebeeld aanwezig geweest, er is altijd vraag naar gebleven.

rouwsieraad met git
Een grote bloeitijd was ten tijde van Koningin Victoria (1819-1901) van Engeland, git werd in die tijd veel in rouwsieraden verwerkt. Koningin Victoria droeg na het overlijden van haar man, prins Albert in 1861, alleen nog zwarte kleding. Hierbij droeg ze altijd sieraden van Whitby-git aangevuld met parels en diamanten.

Omdat de sieraden en juwelen in die tijd vooral somber moesten zijn werd er ook wel granaat en onyx gebruikt, meestal gezet in goud met ornamentjes van zwart email.
Aan het eind van de Victoriaanse periode werd er weer kleding gedragen in lichte kleuren en de sieraden werden daar bij aangepast.

In de Verenigde Staten, tijdens de roaring twenties, droegen de vrouwen lange kettingen met kralen van git, met meerder strengen, die tot beneden de taille reikten. Door de mooie diepe glanzende zwarte kleur weten we nu waar de uitdrukking "gitzwart" vandaan komt.

zaterdag 27 april 2013

Georg Friedrich Strass

broche van strass
Veel liefhebbers van edelstenen en juwelen kunnen zich niet altijd de luxe veroorloven om ze te kopen. Toch willen mensen graag mooie en schitterende sieraden met prachtig glanzende stenen in hun bezit hebben, vooral diamanten. 
Een goed alternatief is glas, maar het verschil tussen glas en een diamant is duidelijk te zien.

Georg Friedrich Strass (1701-1773), een glasfabrikant uit Straatsburg, bracht een glassoort op de markt, dat erg veel leek op diamant. Hij zag het als een uitdaging om een goed gelijkende edelsteen van glas te maken en het lukte hem na veel experimenten.

gesloten achterkant
Hij voegde aan de glaspasta verschillende stoffen toe waaronder lood.  Zo ontwikkelde hij een kleurloos glas, dat na bewerking nauwelijks van diamant was te onderscheiden. Het resultaat was verbluffend, vooral omdat het glas ook nog eens goed facet geslepen kon worden. De schittering werd nog extra verhoogd door de gekleurde- of zilverfolie dat achter het strass-steentje werd geplaatst. Van deze folie was niets te zien omdat in die tijd de meeste zettingen van sieraden gesloten waren.

Later werden de stenen aan de achterkant voorzien van een laagje kwik, dat zich net als bij spiegels vasthecht door verdamping.
tiara van strass
Na het slijpen van het glas had je een steen die dicht in de buurt kwam van een briljant. De namaak diamanten van Georg F. Strass bleven niet onopgemerkt en werden een groot succes.


In Parijs waren er meer dan 300 juweliers die deze imitaties verkochten.
De strass-stenen kwamen in die tijd in de meeste Europese landen in de mode en veel mensen van koninklijke huize lieten hun sieraden van strass maken, maar ook de sieraden met edelstenen die ze al in hun bezit hadden, lieten ze namaken van strass-stenen. Op die manier konden ze hun kostbare juwelen met edelstenen in de kluis laten en de strassjuwelen gaan dragen.

Georg F. Strass verhuisde in 1724 naar Parijs en in 1730 opende hij daar zijn eigen glasfabriek. In 1734 was de vraag naar de strass-stenen zo groot, en was hij zo beroemd, dat hij zich "Juwelier des Konings"  mocht noemen.
Aan het hof van Lodewijk XV waren de namaakdiamanten n.l. ook zeer geliefd.
Door de enorme populariteit ging het Georg F. Strass voor de wind en kon hij op 52 jarige leeftijd gaan rentenieren.

De strass-stenen waren niet alleen een succes tijdens het leven van Georg F. Strass. Tot op de dag van vandaag zijn deze strass-stenen nog altijd geliefd. Niet alleen bij vorstenhuizen maar ook voor de man en vrouw met een iets smallere beurs is het mogelijk om deze strass-stenen te kopen.
De stenen van Strass zijn een begrip en zeker niet meer weg te denken omdat ze nauwelijks zijn te onderscheiden van echte diamanten en betaalbaarder zijn.
Als het om strass-stenen gaat kom je ook de naam Rhinestone (Rijnsteen) wel tegen. Tegenwoordig worden de stenen van Georg F. Strass nog altijd gemaakt in Gablonz (Tsjechië), Oostenrijk en Frankrijk.

Vaak zie je strass-steentjes op tassen, shirtjes, zakken van spijkerbroeken en noem maar op, in de meeste gevallen zijn dat weer imitaties van de imitatiediamanten van meneer G.F. Strass.