vrijdag 30 mei 2014

Rode bietjes net even anders

Een fris bijgerecht voor 2 personen.
Je kunt het gerecht zowel koud als warm eten.

Benodigdheden:
500 gram gekookte bietjes
1 sjalot
1 mandarijn of sinaasappel
gemberpoeder
2 eetlepels yoghurt of crème fraîche
beetje olijfolie

Bereidingswijze:
Bietjes in reepjes snijden.
Sjalot in stukjes snijden.
Mandarijn ontdoen van de schil, pitjes en witte velletjes en in stukjes snijden.
Sjalot fruiten in een beetje olie met de gemberpoeder (ongeveer 2 minuten).
Reepjes biet erbij scheppen en een paar minuten laten doorwarmen.
Op het laatst de mandarijn en de yoghurt of crème fraîche er door roeren.

Eet smakelijk!

              Anne

dinsdag 27 mei 2014

Koenjit

Curcuma Longaplant
Koenjit heeft vele namen, wij kennen het ook als kurkuma of geelwortel. Koenjit is de Maleise naam voor dit specerij en in India gebruikt men de naam kurkuma. Koenjit wordt gemaakt uit de wortels van de geneeskrachtige plant Curcuma Longa en deze plant is lid van de gemberfamilie. Oorspronkelijk komt de plant uit Maleisië en India maar inmiddels is de plant over de hele wereld te vinden, je kunt hem ook gewoon in je eigen tuin planten.
De plant heeft smaakvolle wortels en zeer aromatisch geurende bloemen.

Koenjit wordt vooral gebruikt om currygerechten de speciale smaak te geven en om de rijst geel te kleuren. Bij sommige Hindoestaanse festivals wordt  koenjit o.a. gebruikt voor het kleuren van de handen.

In India wordt het al van oudsher als medicijn gebruikt voor wondjes en schaafplekjes. Er is veel onderzoek verricht naar de invloed en eventuele genezing van koenjit bij trombose, Parkinson en Alzheimer. Ook is het een specerij dat de eetlust opwekt en het schijnt goed te werken bij keel- en rugpijn.


Sheril Daniel  van de Rhodesuniversiteit in Zuid-Afrika heeft onderzoek gedaan bij ratten en heeft kunnen aantonen dat één van de ontstekingsremmende stoffen, curcumine genaamd, zich bindt aan de stoffen cyanide, lood en cadmium voordat deze giftige stoffen de hersenen kunnen beschadigen.

Onderweg







zondag 25 mei 2014

Mijn 3 in 1 blog

Al een tijd lang heb ik, met veel plezier drie blogs, Bij Anne, Bij Anne in de keuken en Bij Anne achterop.

Om alle drie de blogs regelmatig te voorzien van een nieuw en interessant onderwerp vind ik wel eens lastig. Meestal heb ik voor ene blog meer onderwerpen dan voor de andere twee. 

Omdat ik ook graag een beetje regelmaat in mijn publicaties wil hebben, heb besloten om de blogs Bij Anne in de keuken en Bij Anne achterop stilletjes te laten verhuizen naar Bij Anne.

Bij Anne is vanaf dit moment een blog met zeer uiteenlopende onderwerpen. Zoals kunst, architectuur, juwelen, edelstenen, ontwerpers, technieken, boeken, recepten door mij bedacht en uitgeprobeerd, informatie over zaken die te maken hebben met voeding en wat ik tegen kom binnen en buiten de keuken. En niet te vergeten de foto's die ik maak als ik onderweg ben en de daar bij behorende informatie. 

Beste bezoekers van mijn blogs, ik hoop van harte dat jullie met plezier en interesse mijn blog Bij Anne blijven volgen.
Ik zal met veel plezier blijven publiceren.

                  Anne

donderdag 22 mei 2014

Luis Barragán

Luis Barragán in zijn eigen huis
De architect Luis Barragán (1902-1988) is geboren in Guadalajara, een stad in Mexico. Hij kwam uit een gegoede familie en dat gaf hem de mogelijkheid om techniek te studeren aan de Escula Libre de Ingeniors. Na het behalen van zijn ingenieurstitel ging hij zich bekwamen in de architectuur, hij volgde een opleiding bouwkunde maar maakte zijn studie niet af.
Hij is een autodidact op het gebied van de bouwkunst, maar heeft als architect zijn naam waar gemaakt en internationale erkenning gekregen. Zijn kleurgebruik, het spelen met licht en ruimte hebben hem deze wereldwijde bekendheid gegeven maar vreemd genoeg kom je buiten Mexico geen gebouwen tegen van zijn hand.

Kleur, water en licht.
Zijn niet onbemiddelde familie stelde hem in staat om in 1924 een reis naar Europa te maken. Barragán ging graag op reis, hij wilde ideeën op doen om de architectuur in Mexico te vernieuwen.
In 1925 bezocht hij in Parijs de Exposition des Arts Decoratifs en kwam in aanraking met het werk van de architect en stedenbouwkundige Le Courbusier (1887-1965) en architecte en designer Charlotte Perriand (1903-1999). Hij bestudeerde in Italië de villa's en de tuinen en reisde door naar Spanje waar hij de Generalife in Granada bezocht.

Terug in Mexico ging hij bij het architectenbureau van zijn broer Juan José Barragán werken waar hij eengezinswoningen ontwierp die vrij traditioneel en weinig vernieuwend waren. Deze tijd was voor hem frustrerend en hij ging daarom in 1931 naar New York waar hij de verbannen Mexicaanse muralist Jose Clemente Orosco (1883-1949) ontmoette en ze raakten bevriend.

Kleur, water en licht.
Na drie maanden in New York te zijn geweest ging  Barragán opnieuw een reis maken naar Europa, waar hij niet alleen opnieuw Le Courbusier ontmoette maar ook de landschapsarchitect Ferdinand Bac (1859-1952). Na zijn verblijf in Frankrijk reisde hij door naar verschillende landen in Noord-Afrika, waar hij veel inspiratie op deed.
Kleur, water en licht.
Terug in New York ging hij zijn eigen koers volgen en verwierf daarmee internationale faam. Hij ontwikkelde een totaal eigen stijl, zijn ontwerpen waren een zoektocht naar bouwkunst die zowel traditioneel als modern was, hij wilde een verbinding tussen  architectuur, de stad en het landschap. Omdat hij veel werkt met licht en schaduw en veel kleur gebruikt, wordt hij ook wel eens een kleurenpoëet genoemd. Hij geloofde in de kracht en warmte van materialen en in esthetiek, dit alles met elkaar maakte hem zo uniek dat hij niet te evenaren was als architect. 

Tuin van Luis Barragán
Na nog een paar jaar gewerkt te hebben in Guadalajara vestigde Barragán zich 1935 in Mexico-Stad waar hij zijn verdere leven bleef werken en wonen. Hij ontwierp niet alleen huizen maar ook tuinen, geïnspireerd door Ferdinand Bac, waarbij de Mexicaanse stijl duidelijk zichtbaar bleef. Barragán was ook een groot liefhebber van paarden en hij heeft naast zijn ontwerpen voor woningen en tuinen ook paardenstallen en waterbakken en fonteinen ontworpen.

Torres de Satélite
Vanaf 1940 tot 1945 was Barragán vooral bezig met het ontwerpen van tuinen, waaronder de tuin bij zijn eigen huis aan de Calle Francisco Ramirez.
Na zijn tuinontwerpen werkte hij aan een nieuwbouwplan in El Pedegral, een lavagebied buiten Mexico-Stad. Zijn naam kreeg bekendheid en de opdrachten kwamen binnen.


klooster van Tlalpan
Hij bouwde niet alleen privéhuizen maar ontwierp ook de kapel en het klooster in Tlalpan (Mexico-Stad). Hij heeft hier vier jaar aan gewerkt en hier zie je duidelijk en mooi hoe Barragán werkte met kleur, licht en eenvoud. Op een enorm verkeersknooppunt in Mexico-City zie je Torres de Satélite, een cluster van torens van zijn hand.

Vanaf 1966 had Barragán weinig werk maar na 1975 kwamen er weer opdrachten binnen en kreeg hij internationaal steeds meer bekendheid. In New York in het Museum voor Moderne Kunst, het NoMa, kreeg Barragán in 1980 een tentoonstelling. Als kroon op zijn werk kreeg hij de prestigieuze prijs voor architectuur, de Pritzker Prize.
De Pritzker Prize is de Nobelprijs voor architectuur en wordt alleen uitgereikt aan nog levende architecten. Hij ontving de prijs voor de geheel eigen stijl, die hij had ontwikkeld. Aan deze prijs is een geldbedrag verbonden van 100.000 dollar. De Nederlandse architect Rem Koolhaas won deze prijs in het jaar 2000.

Luis Barragán is overleden op 22 november 1988, in zijn eigen huis in Mexico-City en de volgende dag is hij     overgebracht naar zijn geboorteplaats Guadalajara om daar te worden begraven. 

Er zijn prachtige boeken over het werk van Luis Barragán te koop.
Hij heeft jammer genoeg niet zo heel veel bouwwerken na gelaten maar wat hij heeft gebouwd is zeker de moeite waard, hij bracht met zijn werk verschillende kunstvormen bij elkaar.

Zijn huis en studio in Mexico-Stad staan op de werelderfgoedlijst van de UNESCO.

donderdag 8 mei 2014

Een schat in de kathedraal van Monza

Fresco te zien in de
Kapel van Theodelinde
(1444)
Een ijzeren kroon, votiefkroon, votiefkruis, rijkskruis, miskelken, boekbanden en een hen met zeven kuikens, dat zijn een paar van de voorwerpen die horen bij een schat die te zien is in Italië, in de stad Monza, gelegen in de regio Lombardije.

Deze schat, een indrukwekkende collectie bijzondere voorwerpen, is te vinden in de San Giovanni, de domkerk te Monza en geschonken door Theodelinde (570-628), koningin van Lombardije. Theodelinde, in sommige boeken wordt ze Dietlinde genoemd, was de dochter van de hertog van Beieren en trouwde met Authari de koning van Lombardije. Twee jaar later stierf de koning en Theodelinde werd koningin-regentes. Een jaar na het overlijden van haar echtgenoot trouwde ze met Agilulf van Turijn.

Kathedraal van Monza
De zeer vrome Theodelinde was tientallen jaren bezig om zoveel mogelijk mensen over te halen zich aan te sluiten bij het katholieke geloof, gesteund door paus Gregorius de Grote, zij zag dit als haar levenswerk. Nadat zij haar echtgenoot had bekeerd tot het katholieke geloof, gaf ze opdracht voor het bouwen van kerken in Lombardije en Toscane, waaronder de kathedraal van Monza en het eerste baptisterium in Florence. Ze schonk de domkerk veel kostbare voorwerpen, maar het is niet meer te achterhalen hoe groot de schat ten tijde van Theodelinde is geweest.

Er is één geschreven bron, de Historia Longobardorum van Paolo Diacono, hierin wordt de schat op summiere wijze beschreven. Wel weten we dat het van grote waarde is geweest en dat het verweven was met het Italiaanse koningshuis.
Het is ook zeker dat niet alle voorwerpen bewaard zijn gebleven, in de loop van de eeuwen zijn er regelmatig plunderingen geweest en de kerk kreeg grote aderlatingen opgelegd wat het goud en zilver betreft. Wat er nog over is, is zeker de moeite waard. De schat is in latere eeuwen nog aangevuld met kostbare meubelstukken en erfstukken, vooral goudsmeedwerk.

IJzeren Kroon
Bij de schat hoort de IJzeren Kroon, een Byzantijnse diadeem, deze kroon dateert waarschijnlijk uit de 5de eeuw. Er wordt beweerd dat de binnenring van de kroon, bestaande uit 6 gouden platen (eerst waren er 8), bijeen worden gehouden door een spijker afkomstig van het kruis van Jezus. Iedere plaat bevat edelstenen op een achtergrond van blauw, groen en wit emailleerwerk. Deze ijzeren kroon wordt ook wel Kroon der Longobarden genoemd en wordt gezien als de kroon van Italië.
Hij is, o.a. gedragen door Karel de Grote, Koenraad II, Frederik Barbarossa, Karel IV van Luxemburg, Frederik II van Habsburg, Karel V, Napoleon I en als laatste in 1838 Ferdinand I van Oostenrijk.

Votiefkroon van
Theodelinde
Een andere kroon is de votiefkroon van Theodelinde. Een kunststukje van goud voorzien van edelstenen en parelmoer en langs de randen loopt een snoer van gouden kraaltjes

Roemer
Ook bijzonder is een kostbare roemer van kobaltblauw geslepen Romeins glas, gevat in goud. Het blauw is zo bijzonder dat er een tijd lang is gedacht het van saffier was gemaakt. Het verhaal gaat dat de koningin er, samen met haar verloofde de toekomstige koning Agilulf, uit heeft gedronken om hun verloving te vieren.
Het is een zeldzaam stuk uit de tijd van Augustus.

Hen met kuikens
Van een geheel andere orde is een raadselachtig voorwerp, De hen met de zeven kuikens. De hen is van gebosseleerd, gedreven en verguld zilver. De goudsmid heeft de anatomische details en de veren zeer realistisch weergegeven en het is dan ook een lust voor het oog.
Over de betekenis van dit kunstwerkje zijn verschillende verhalen in de omloop. Eén van de verhalen is dat dat de hen de koningin van Lombardije is en dat de kuikens de Lombardische hertogen zijn. Een ander verhaal is dat de hen de kerk is en de kuikens de gelovigen.

Er is nog veel meer moois te zien, ga je op vakantie naar Italië, probeer Monza te bezoeken en geniet van de mooie stad met zijn prachtige kathedraal.
En vanzelfsprekend bezoek je dan de schatkamer waar je de
 "De Schat van Monza" kunt bewonderen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...