maandag 31 december 2018

Voor iedereen



Voor iedereen een gezellige oudejaarsavond en een goed en gezond 
2019
en een
 sprankelend blogjaar toegewenst!

Anne

dinsdag 25 december 2018

Een goed gesprek

Kinderen kunnen soms grappig, slim en verrassend uit de hoek komen. Frankje (8 jaar) is zo’n kind en hij is de kleinzoon van Frank. De verstandhouding tussen de grote- en de kleine man is uitstekend en regelmatig hebben ze “goede” gesprekken. Vooral als ze samen aan de wandel zijn komt het vaak tot een diepzinnig gesprek. Meestal praten ze thuis nog verder over het belangrijke dat onderweg ter sprake kwam.
Frankje is graag bij opa en oma en tijdens de vakanties blijft hij regelmatig een paar nachtjes slapen omdat zijn vader en moeder moeten werken. 

Ook deze kerstvakantie gaat Frankje logeren bij opa Frank en oma José en zoals gebruikelijk gaan de Franken naar buiten voor een flinke wandeling. Frankje brengt het gesprek al snel op doodgaan en vraagt: "Wat gaat gebeuren met de spullen als jij en oma allebei dood zijn?" Opa Frank moet hier even nadenken, hij was niet helemaal voorbereid op deze rechtstreekse vraag van zijn kleinzoon over het doodgaan van hem en zijn vrouw José.
“Welke spullen bedoel je?"
“Nou, gewoon, jullie huis en de spullen er in.”
“Het huis wordt dan waarschijnlijk verkocht en het geld is voor je moeder, dat is dan de erfenis die ze krijgt.”
“En de auto?"
“Precies hetzelfde als met het huis en de spullen die er zijn.”
“Allemaal voor mijn moeder dus” constateert de kleine man.
“Ja” zegt opa Frank, "zo gaat dat."

Frankje is er stil van en tijdens de verdere wandeling is hij dan ook niet meer zo spraakzaam. Frankje denkt na en opa Frank houdt ook maar even zijn mond, het is koud en hij denkt aan de warmte thuis.
Thuis ruikt het lekker naar koffie en chocolademelk. De Franken zijn koud en het is dan ook heerlijk thuiskomen en genieten van het samenzijn en maar even niet meer denken aan doodgaan, erfenissen e.d..
Maar Frankje is nog steeds aan het denken en op een gegeven moment roept hij heel hard: “Opa je bent erg dom hoor, je hebt iets vergeten.” 
Opa Frank weet niet wat zijn kleinzoon bedoeld maar Frankje roept nog harder: “Je fiets opa, je fiets, wat doe je met je fiets als je dood bent?"
Opa Frank, nuchter als altijd zegt: “Ik doe dan helemaal niets meer met mijn fiets, hij hoort dan bij de erfenis voor je moeder.”
Dan moet Frankje nog harder lachen en roept: “Opa, je bent echt heel erg dom, jouw fiets is een herenfiets daar gaat mijn moeder echt niet mee fietsen.”
Dan gaat er bij opa Frank een lichtje branden en hij denkt te weten wat er omgaat in het hoofd van zijn kleinzoon.
“Je bedoelt dat jij eigenlijk mijn fiets moet krijgen als ik er niet meer ben.”
Frankje kijkt zijn opa zeer tevreden aan en roept:
“Je hebt het door, je hebt het door, je bent toch niet zo dom opa.”
Oma heeft het allemaal aangehoord, ze is net zo nuchter als Frank en zegt:
“Dat is dan geregeld, willen jullie nog iets drinken en misschien een stuk kerstkrans erbij?"

woensdag 19 december 2018

Lynn Russel Chadwick

Als je het werk Lynn Russell Chadwick niet kende of nog nooit van hem had gehoord dan is dat nu veranderd. De tentoonstelling Giacometti-Chadwick Facing Fear in museum de Fundatie in Zwolle heeft daar zeker aan mee gewerkt. Hoor je de naam Giacometti dan zie je meteen de langgerekte figuren van deze kunstenaar op je netvlies verschijnen. Maar bij Chadwick is dat een stuk minder merkte ik in mijn omgeving. Wie is deze Lynn Russell Chadwick dan wel en wat heeft hij zoal gedaan?


Chadwick is geboren in 1914 in Londen en bezocht de prestigieuze particulier jongensschool Merchant Tayler’s in Northwood, Noordwest Londen. Deze school bestaat al vanaf 1561 en is de nummer vier op de lijst van vooraanstaande scholen in Engeland. Tijdens zijn schoolperiode had Chadwick altijd al belangstelling voor kunst maar had nog niet het idee dat hij kunstenaar wilde worden. Wel ging hij na zijn schooltijd naar Frankrijk voor een studiereis om kennis te maken met verschillende facetten van kunst. Terug in Londen werkte hij enkele jaren als technisch tekenaar bij verschillende architectenbureaus. De periode waarin hij zich vooral bezighield met tekenen en het maken van aquarellen en olieverfschilderijen. Chadwick was autodidact en vooral het menselijk lichaam was zijn inspiratiebron.

Tijdens de Tweede wereldoorlog was Chadwick gewetensbezwaarde maar werkte in die tijd wel op het land en was een tijd piloot bij de marine en begeleidde konvooien boven de Atlantische Oceaan.
Na de Tweede wereldoorlog begon hij als beroepskunstenaar te werken, hij volgde een lasopleiding en maakte zijn eerste sculpturen. Naast de sculpturen hield hij zich eveneens bezig met het vervaardigen van mobiles. Zijn beelden maakte hij zonder ook maar enig idee te hebben over het eindresultaat en schetsen maakte hij helemaal niet. Meestal begon hij met een paar staven en platen die hij aan elkaar laste en verbond ze zodanig met elkaar tot het voor hem een herkenbaar iets werd. Deze sculpturen waren voor hem dan weer een inspiratiebron om het object verder uit te diepen op papier.

In 1949 exposeerde hij samen met andere kunstenaars en in 1950 had hij een solo-expositie. Hij neemt twee keer deel aan de Biënnale van Venetië waar hij in 1956 Alberto Giacometti heeft verslagen. In 1955, 1959 en 1964 werd hij uitgenodigd om zijn werk te tonen tijdens de Documenta in Kassel en ontving verschillende internationale prijzen. 

Veel van het werk van Chadwick is levensgroot, vaak zonder armen en de figuren hebben vierkante hoofden. De beweging die je waarneemt in de sculpturen komt vooral tot uiting door de opwaaiende capes die sommige figuren dragen, de beelden dragen snelheid uit. Chadwick hield van snelheid, een  passie die hij heeft overgehouden van zijn werk in de Tweede Wereldoorlog. De beelden van deze kunstenaar zijn verrassend, soms zie je verliefde stellen op bankjes en andere beelden komen agressief over doordat ze een gepantserd uiterlijk hebben.

Chadwick is één van de belangrijkste Britse beeldhouwers en zijn naam wordt ook vaak in een adem genoemd met Henri Moore. Tijdens de zestiger jaren van de vorige eeuw vervaardigde Chadwick vooral in brons gegoten beelden. Bekend zijn de bijna abstracte Manen, gevolgd door de figuren bestaande uit driehoeken. In de jaren tijdens de Koude Oorlog zie je duidelijk de dreiging van een kernoorlog in zijn werk, zijn werk is dan beangstigend en militant. Chadwick en andere kunstenaars waaronder o.a. Kenneth Armitage en William Thurnbull noemden deze periode Geometry of Fear. Ook de jongere generatie beeldende kunstenaars zoals Henry Moore en Barbara Hepworth sloten zich aan bij deze groep. Op het eind van de Koude Oorlog werd de wereld iets vriendelijker en dat vertaalde Chadwick weer zeer duidelijk in zijn beelden. 




Dan wordt alles een beetje losser, zijn figuren krijgen rondingen en de kleding ziet er uit als kleding en niet meer als een harnas. Vanaf 1971 zie je dat zijn vrouwelijke beelden een driehoek als hoofd hebben en mannelijke beelden een hoofd in de vorm van een rechthoek. Chadwick raakte wat betreft zijn koningsparen geïnspireerd door het 25-jarig regeringsjubileum van Koningin Elisabeth van Engeland. 
In 1964 werd hij benoemd tot Comander of the Order of the British Empire en in 1993  werd hij geëerd met de Franse Orde des Arts et des Lettres. Veel van zijn werk is te vinden in de collecties van musea van naam. Over de hele wereld zijn sculpturen te zien op pleinen en parken in grote steden zoals New York, Parijs en Londen, en de toegekende prijzen volgen elkaar op. 





Zijn privéleven was turbulent, zijn levensstijl kun je wel extravagant noemen. Op zijn landgoed in Lypiatt Park in Gloucestershire  heeft hij een enorme beeldentuin aangelegd en hij bezat ook nog verschillende huizen in Frankrijk. Hij is drie keer getrouwd geweest en heeft vier kinderen. 
Chadwick is in 2003 op 88-jarige leeftijd overleden en ligt begraven tussen zijn eigen beeldhouwwerken.

Beelden uit verschillende periodes van Chadwick en zijn tijdgenoot Giacometti zijn nog te zien in tot 6 januari 2019 in  Museum de Fundatie  in Zwolle.

zondag 25 november 2018

zondag 18 november 2018

zondag 11 november 2018

zaterdag 27 oktober 2018

Appingedam

Naar Appingedam stond er in de agenda. 
Wonen aan het Damsterdiep
Als kind ben ik er regelmatig op familiebezoek  geweest maar de schoonheid van het stadje is mij toen volledig ontgaan. Appingedam is de eerste stad in de provincie Groningen die stadsrechten kreeg. De tweede stad die de rechten kreeg is de stad Groningen, Stad zoals de Groningers zeggen. Appingedam werd in mijn jeugd, en ook nu nog aangeduid als Daam. De Groningers maken de klinkers graag een beetje langer. Stad en Daam is nog steeds een begrip. De inwoners van Daam worden ook wel Damsters genoemd.
Zoals gezegd de eerste stad in de provincie Groningen is Appingedam. Hoe oud de stad precies is is niet helemaal met zekerheid te zeggen. Er zijn voorwerpen gevonden die gedateerd zijn rond 1100, maar de meeste vondsten zijn om en nabij 1140.
Het ontstaan van Appingedam was rond 1100 op een dijk langs het Damsterdiep, in die tijd heette het water dat daar stroomde de Delf en had een open verbinding naar zee. Op de dijk is een nederzetting ontstaan waar kooplui, schippers en handwerkslieden zich vestigden en er ontstonden langs de nederzetting handelswegen. Appingedam was is de Middeleeuwen  een belangrijke plaats, de stad had een centrumfunctie. Er zijn documenten uit 1224 waarin wordt gesproken over een vergaderplaats en een belangrijke marktplaats. De Redgers (rechters) in de stad waren tevens notaris en bestuurders van het gewest Fivelingo. Het bestuur en de rechtspraak werd in 1327 bevestigd door de vertegenwoordigers van de Zeven Friese Zeelanden.

Appingedam ontkwam niet aan de nodige overheersingdrift  van  lui die hun macht wilden uitbreiden. Zo gebeurde het dat Georg van Saksen (1471-1539) in 1514 Appingedam innam. Het werd een enorm bloedbad, een groot gedeelte van de bevolking van de stad werd uitgemoord. Er kwamen zeker meer dan 1000 mensen om het leven.
Nicolaikerk
Veel bewoners hadden hun toevlucht gezocht in de Nicolaikerk maar het heeft ze niet geholpen. In 1536 was het weer raak, de stad kwam toen onder belegering van Meindert van Ham, hij was een aanvoerder van Karel van Gelre. Lang heeft de belegering niet geduurd, na een half jaar werd Van Ham verdreven door Georg Schenk van Toutenberg (1480-1540), hij was stadhouder van de Noordelijke gewesten onder  Karel V. Van Toutenberg wilde heel Appingedam laten slopen o.l.v. overste Hans Hesse, maar de Damsters wisten het totale sloopwerk te voorkomen. Alleen de vestingwallen vielen ten prooi aan de sloop.
Appingedam had hier veel van te lijden en ging economisch behoorlijk achteruit tot er rond 1630 weer een opleving kwam, straten werden vernieuwd er werd flink gebouwd. Langs het Damsterdiep werden kalkovens, steenbakkerijen en molens neergezet en per jaar werden er ongeveer 50 zeeschepen bevracht. Er kwamen beurtdiensten op Leer, Amsterdam en Sneek. De industrie kwam behoorlijk op gang en de stad kreeg een zeepziederij, een lijmziederij, bierbrouwerijen, jeneverstokerijen, een azijnmakerij, een zoutkeet, leerlooierijen en verschillende weverijen.
Het zag er goed uit voor de stad en omgeving maar in 1813 kwamen de Fransen naar het noorden voor het beleg van Delfzijl en zij konden de voorraden van Appingedam wel gebruiken, zij roofden alles leeg. Tegen het einde van de 19e eeuw begon de economie weer aan te trekken en vooral de vee- en paardenmarkt werden bekend en druk bezocht. In 1883 werd het voor de Damsters zelfs mogelijk om  met de trein naar Groningen en Delfzijl te reizen.
Appingedam begon zich daarna te ontwikkelen tot het industriecentrum van de regio er vestigden zich fabrieken o.a. een strokartonfabriek een zuivelfabriek, een vlasfabriek en machinefabriek Borga, mij bekend omdat mijn vader daar regelmatig moest zijn voor zijn werk.  

Na de Tweede Wereldoorlog werd buurstad Delfzijl een behoorlijke concurrent van Appingedam. Delfzijl ontwikkelde zich zeer snel en werd de derde havenstad van ons land. Appingedam kon deze groei niet bijhouden en langzamerhand kwam er weer stilstand, veel winkels en fabrieken moesten hun deuren sluiten.
Gerechtsgebouw
Vanaf 1972 heeft Appingedam het predicaat Beschermd Stadsgezicht  en kreeg financiële en juridische mogelijkheden om de stad, die toch wel aan verval onderhevig was, weer nieuw leven in te blazen. In Appingedam ging men voortvarend aan de slag onder het motto; Appingedam terug in de vaart. De historische binnenstad is aangepakt en in de oude staat gerestaureerd, de vaarrecreatie kwam op gang en dat alles maakt dat de stad aantrekkelijk is voor toeristen. Er zijn nieuwbouwwijken verschenen en ondernemers zagen weer een toekomst in Appingedam.
Appingedam is zeer de moeite waard om een kijkje te nemen en te genieten van de prachtige middeleeuwse panden, zoals de  romaans-gotische Nicolaikerk uit 1225, het oude Raadhuis in renaissancestijl uit 1630 en de synagoge. Tegenover het oude Raadhuis is het Museum Stad Appingedam met twee theekoepels uit de 19e eeuw. 
Theekoepel

Interieur van de theekoepel

In het gebouw van de VVV is de Zilverkamer met een grote collectie zilver, Appingedam heeft net als de stad Groningen veel zilversmeden gehad. 
Synagoge

De synagoge is een bezoek waard en heel bijzonder zijn toch de wereldberoemde hangende keukens boven het Damsterdiep.
Hangende keukens



De middeleeuwse pakhuizen langs het Damsterdiep zijn op een gegeven moment verbouwd tot woonhuizen, maar er was geen plek voor een keuken. De Damsters zijn vindingrijk en hebben de keukens aan de buitenkant boven het water aangebouwd. Dat was gemakkelijk voor alle keukenafval (en meer) zo boven het water.

In de vele restaurantjes is het heerlijk eten en tot mijn grote genoegen wordt er ook poffert geserveerd. Het is een gerechtje uit mijn jeugd en houdt het midden tussen brood en cake. Het wordt gegeten met gesmolten roomboter en basterdsuiker of stroop. De serveerster zei dat de boter, suiker en de stroop gebracht zou worden op een “bredje” (presenteerblaadje). 
Alleen al het  Groningse woord bredje maakte het nog fijner om een dag in Appingedam rond te dwalen.

De Damsters hebben het door de eeuwen heen niet gemakkelijk gehad maar  door hun doorzettingsvermogen en optimisme is het nu  goed toeven in Daam.

zondag 21 oktober 2018

Overstag

De Lage Vaart

In en om mijn woonplaats is het heerlijk fietsen. Ik ken de omgeving goed en op de fiets die ik al 25 jaar had ging dat dan ook prima. Met mijn fiets ben ik kriskras West-Europa doorgefietst van het hoge noorden van Denemarken tot het zuiden van Frankrijk en van oost naar west. Mijn fiets en ik hoorden bij elkaar en voelden elkaar goed aan. Maar na het intensieve gebruik kwamen er wat mankementen aan de fiets  (net als bij mij)  en niet alle onderdelen van de fiets waren nog verkrijgbaar. Het was ook niet echt een groot probleem, ik was toch een tijdje uit de roulatie. Maar nu heb ik een e-bike. Ik wilde er niet aan, ik had een prima fiets. Vrienden en kennissen hebben ondertussen allemaal een e-bike en vertelden mij dan ook regelmatig hoe fijn het is om te fietsen op een e-bike, zelfs met heel veel wind. Hmm dat klonk aanlokkelijk, het waait namelijk veel in Flevoland.  
Ik ben overstag en na een paar dagen oefenen kreeg ik het gevoel dat een e-bike toch nog niet zo gek is. Ik ontdek mijn woonomgeving opnieuw en fiets met plezier tegen de wind in, over hoge bruggen en geniet van het buiten zijn.






Geef mij maar de e-bike, fototoestel mee en genieten maar!
Mijn oude vertrouwde fiets is naar de Kringloop gegaan, ik hoop dat iemand er nog veel plezier van heeft.

donderdag 18 oktober 2018

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...