maandag 14 mei 2018

Niet beroemd

Heel, heel lang geleden, ik denk dat ik 9 jaar was, wilde ik een beroemd dichter worden. 
Ik ben geen dichter geworden en ook niet beroemd, zelfs niet een klein beetje.

Ik ben opgegroeid op het Groningse platteland en speelde altijd buiten, ging  vaak op onderzoek uit omdat ik alles  wilde weten. Op een dag kwam ik er achter dat er in de krant de weersvoorspelling voor de volgende dag stond en daarbij ook de tijden dat de zon opkwam en onderging. Dat geloofde ik eigenlijk niet, want ik dacht dat je niet van te voren kon weten wanneer de zon op kwam en ook niet wanneer hij onderging. Ik dacht dat mensen dat gewoon verzonnen. Mijn ouders vertelden me dat het echt niet was verzonnen, ik geloofde op dat moment ook mijn ouders niet en nieuwsgierige Anne wilde dat dan zelf wel eens  gaan onderzoeken.

Op het moment dat dit speelde was het zomer. Ik had een slaapkamer op het oosten en kon als ik vroeg opstond de zon zien opkomen boven de uitgestrekte koolzaadzaadvelden. Mijn plan was om op het platte dak onder mijn slaapkamerraam te gaan zitten om te kijken of de zon echt op het tijdstip boven de horizon uitkwam zoals ik had gelezen in de krant. Van mijn ouders mocht ik mijn onderzoekje uitvoeren op een zondagochtend, zij hadden de wekker dan niet nodig omdat mijn vader op zondag niet naar zijn werk hoefde. En heel bijzonder, ik mocht mijn vader zijn polshorloge lenen zodat ik de tijd kon opnemen voor mijn onderzoekje. Op het platte dak had ik de avond ervoor een tuinstoel gesleept. Ik zie de stoel nog staan, het was zo’n houten klapstoel met daarin een gestreept lopertje.

Ik kon van spanning niet in slaap komen maar ik zal toch wel hebben geslapen want op het moment dat de wekker naast mij begon te ratelen kreeg ik de schrik van mijn leven en wist ik even niet wat er aan de hand was. Dat was maar een moment en in een paar minuten was ik klaar wakker. Ik pakte het horloge van mijn vader en klom op de vensterbank en sprong op het dak. Daar zat ik dan in het donker op het dak met mijn vaders horloge om mijn mager kinderpolsje. Voor mijn gevoel duurde het wel lang voor er iets gebeurde, ik kreeg het koud in mijn pyjama. Maar naar binnen gaan om iets warms aan te trekken leek mij geen goed idee want dan kon ik wel eens iets missen en dan was mijn hele onderneming voor niets geweest.

Maar mijn wachten werd beloond, de lucht begon een beetje te kleuren in de verte. Ik keek op het horloge en zag dat het precies de tijd was die ik de vorige dag in de krant had gelezen. Ik was verbaasd dat het klopte, de zon kwam steeds een stukje hoger en het werd ook een beetje lichter. Het duurde helemaal niet zo heel erg lang tot de zon een grote vurige bol was en ik er zelfs door werd verwarmd.

Het was overweldigend om de zon boven de uitgestrekte gele koolzaadvelden te zien. Het was nog helemaal stil in het dorp, er was niemand te zien en ik dacht dat ook niemand wist hoe mooi dit was. Ik dacht dat ik de enige op de hele wereld was die dit kon zien. Zouden er wel mensen zijn die dit wisten? Ik moest dit verder vertellen, iedereen moest weten dat je de zon kunt zien opkomen en ook nog dat het klopt met wat er in de krant staat. Maar hoe vertel je dat?

Mijn oma zei altijd, als je het niet kunt zeggen, moet je het maar opschrijven. Ik klauterde weer door het raam naar binnen en pakte een schriftje en een potlood en ging weer terug naar mijn ligstoel. Nu kon ik mijn ontdekking op schrijven.

Op het moment dat ik weer in mijn ligstoel zat dacht ik; ik maak hier een gedicht van. En… ik dacht daarbij dat ik nu wel dichter zou worden en beroemd, ik zag het helemaal voor me. Gedichten van Anne, deel 1 en daarna gedichten van Anne, deel 2. Mijn toekomst lag vast, dat begrijpt je.
Ik pakte mijn schriftje en het potlood en schreef;

op dit vroege uur
kijk ik naar de natuur
alles groeit er
alles bloeit er
alles kleurt er
alles geurt er

Daar bleef het bij, mijn ouders vonden het vanzelfsprekend een prachtig gedicht. Ik wilde het de volgende dag aan mijn meester op school laat lezen, hij zou vast wel weten hoe het verder moest gaan met dit dichtertje om later heel beroemd te worden.

Op maandagmorgen ging ik naar school met mijn kwartje voor het schoolsparen, de zilveren melkflesdoppen voor de arme kindertjes in Afrika, mijn hoelahoep en natuurlijk mijn schriftje met het gedicht.
Op het moment dat we speelkwartier hadden bleef ik achter in de klas. De meester zei: “Anne moet jij niet naar buiten om te hoelahoepen?"
Ik zei: "Ja meester maar ik heb een gedicht gemaakt " en ik gaf hem mijn schriftje.
De meester las aandachtig:

op dit vroege uur
kijk ik naar de natuur
alles groeit er
alles bloeit er
alles kleurt er
alles geurt er

De meester was even stil, keek mij vriendelijk aan en zei: ” Anne, je zult nog ver komen, maar ga nu nog maar even naar buiten om te hoelahoepen”.

Dat was het einde van mijn grote droom, ik ben geen beroemde dichter geworden maar lees wel graag gedichten van “echte” dichters.

(foto en herkomst ligstoel  HIER )

4 opmerkingen:

  1. Geen beroemde dichter misschien, maar wel een zeer getalenteerde verhalenverteller.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dankjewel Anna voor je compliment. Zo af en toe borrelt er iets naar boven en zie ik het allemaal weer duidelijk voor me terwijl ik het opschrijf.
      Groetjes.

      Verwijderen
  2. Geweldig verhaal en heel mooi geschreven!

    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...